Energie bespaar tips
Energie besparing adviezen
Natuurlijk zijn er diverse eenvoudige methodes om energie en kosten te besparen. De meest relevante tips hebben wij hieronder beschreven. Voor een compleet overzicht kunt u lid worden van de consumentenbond waar u het boekwerk 250 Gouden Energiebespaartips als welkomstcadeau zult ontvangen.
TIP 1 Op huizenjacht? Let op het Energielabel
Vanaf 2008 hebben woningen verplicht een energielabel, om bewoners en huurders vooraf inzicht te geven in het energiegebruik. De woonlasten voor energie zullen van een label A-woning lager zijn dan die van een even grote label D-woning. Voor een inspectie moet een gecertificeerd bedrijf worden benaderd, dat een energieprestatiecertificaat (EPe) verstrekt. Meer informatie hierover op www.vrom.nl.
Het Energielabel is ook verwerkt in het Persoonlijk Budgetadvies van het Nibud (zie www.nibud.nl). U vult in welk label uw woning heeft en de energiekosten zullen daarop worden aangepast. U kunt tevens berekenen wat het u financieel oplevert als u de woning energiezuiniger maakt. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 2 Liever een ventilator dan airco
Een ventilator laat de gevoelstemperatuur met 3, maximaals graden, dalen. Hij is stiller en aanzienlijk goedkoper in aanschaf én verbruik dan een airconditioner.
Wilt u per se een airco, kies dan voor een splitsysteem in plaats van een monomodel. Een monosysteem haalt de warmte uit de kamer en voert deze via een slang af naar buiten. Die slang hangt uit een raam of deur die op een kiertje staat. Om de warme lucht naar buiten af te kunnen (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 3 Kijk op het energielabel
U doet uw portemonnee en het milieu een plezier door bij de aankoop van een apparaat op het energielabel te letten. Dit label geeft aan hoe efficiënt het apparaat is. Een apparaat in klasse A is het efficiëntst en een klasse G-apparaat het minst. Als een apparaat een energielabel in categorie A of B heeft, is een relatief laag energieverbruik gegarandeerd.
Aan de hand van energielabels zijn verschillende merken en modellen gemakkelijker met elkaar te vergelijken. Als consumenten bewust kiezen voor energiezuinige apparaten, wordt het voor fabrikanten aantrekkelijker het energieverbruik ervan verder te verlagen. Over het algemeen is de aanschafprijs van apparaten met energielabel A en B wel wat hoger dan die van de andere apparaten. Let er wel op dat labels van verschillende soorten apparaten, zoals afvoer- en condens drogers , niet met elkaar te vergelijk zijn. Kijk dus ook naar het energiegebruik in watts.
Bij de tests van de Consumentenbond wordt altijd het energiegebruik gemeten. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 4 Liever niet op batterijen
Maak zo weinig mogelijk gebruik van batterijen. Kies liever voor apparaten die (ook) op het elektriciteitsnet kunnen worden aangesloten. Dat is verreweg het goedkoopst. Afhankelijk van het type batterij bent u met netstroom 100 tot circa 2500 keer goedkoper uit. Dit is ook uit het oogpunt van energiegebruik en milieu beter, mits de batterijlader niet continu in het stopcontact blijft zitten. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 5 Kies oplaadbare batterijen
Zijn batterijen onmisbaar, kies dan voor de oplaadbare variant. Een oplaadbare batterij is veel goedkoper in gebruik dan de eenmalige versie. Zo'n batterij gaat bij juist gebruik gemiddeld zeven jaar mee. Kies zo mogelijk nikkel- metaalhydride-(NiMH)-batterijen ofLi - Ionbatterijen. NiCad-batterijen hebben minder capaciteit en last van 'geheugeneffect' als ze te snel weer worden opgeladen; de capaciteit neemt dan af. Bij juist gebruik kunnen ze vaker worden geladen. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 6 Let op de sluipende slurpers
Elektrische apparaten verbruiken vaak ook energie als u het apparaat niet gebruikt ofhet 'uit' lijkt te staan. Elke watt sluipverbruik van apparatuur in stand-by kost € 1,90 per jaar. Een gemiddeld huishouden heeft gemiddeld 34 Waan sluipverbruik aan staan, waarvan ongeveer 21 W vermijdbaar is, omdat apparaten 'hard' uitgezet kunnen worden. Niet-vermijdbaar sluipverbruik is verbruik van apparaten die niet uitgezet kunnen worden omdat dat hun permanente functie onmogelijk maakt, zoals een dvd-recorder met een klokje of een antwoordapparaat. Het vermijdbare sluipverbruik vormt 5.4% van de gemiddelde energierekening. Als alle apparatuur altijd uitgezet wordt na gebruik, levert dat een besparing op van ruim €40 per jaar. Dat kan met behulp van een stekkerdoos met schakelaar voor apparaten die bij elkaar staan, zoals computerapparatuur. Na afloop kunt u met de knop van de stekkerdoos alle apparaten tegelijk uitzetten. Dit kan ook 'automatisch' met een master/slave-stekkerdoos. Die registreert dat de stekker van de computer in het hoofdstopcontact geen stroom meer vraagt, en schakelt dan de randapparatuur (zoals de printer) uit.
Een ander hulpmiddel, vooral bij oude apparatuur, is de standbykiller ofbespaarstekker, die ervoor zorgt dat er geen stroom verloren gaat als apparaten stand-by staan. U vindt ze onder meer op de websites van de energieleveranciers. Haal van apparaten die u lang niet gebruikt, de stekker uit het stopcontact. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 7 Geef de koelkast de ruimte
Zet een koelkast met de achterkant minstens 10 cm van de muur af, ZOdat de warmte die daar vrij komt, makkelijk weg kan. Dat scheelt in het energiegebruik van het apparaat. Houd om dezelfde reden die achterkant stofvrij en zet de koelkast liefst op een koele plek, niet te dicht bij een verwarming, fornuis of in de zon. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 8 Benut het temperatuurverschil in de koelkast
De temperatuur in de koelkast varieert van plek tot plek. Dat heeft te maken met de plaats waar de koeling zit. Er zijn twee soorten koelkasten, namelijk met de koeling in de achterwand en met de koeling bovenin. Bij het eerste type is het achterin en onderin (boven de groentela) het koudst; bij het tweede type koelkast, met de koeling bovenin, is de temperatuur bovenin aan de achterkant het laagst. Koelkasten met een drie- of viersterrenvriesvak hebben de koeling in de achterwand, koelkasten met één of twee sterren hebben bovenin een vriesvak met daarin de koeling voor de koelkast die naar beneden is gericht. Bij koelkasten zonder vriesvak zijn beide typen mogelijk. Lees uw gebruiksaanwijzing erop na. Zorg er in ieder geval voor dat de temperatuur op de minst koude plaats maximaal 7 . C is, en liever 4 • C. Een warmere koelkast verbruikt minder, maar het voedsel erin bederft veel sneller. Dat kost ook energie en is schadelijk voor de gezondheid. Bewaar bederfelijke producten, zoals vlees(waren), kip, vis, melk, zuivelproducten, eieren en alle gerechten die van deze producten zijn gemaakt, op de koudste plaatsen.
(Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 9 Ontdooi uw koelkast regelmatig
Algemeen wordt aanbevolen om koel- en vrieskasten regelmatig te ontdooien om een teveel aan ijsgroei te voorkomen (no frost-apparaten hoeven niet ontdooid te worden). IJsgroei is nadelig voor het energiegebruik en de constantheid van de temperatuur. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 10 Vervang een oude koelkast door een zuinige
Nieuwe koelkasten zijn zuiniger in het gebruik. Het vervangen van een inbouw-tweedeurskoelkast van meer dan tien jaar oud door een nieuwe met A-label verdient zich na ongeveer dertien jaar terug. Neemt u een A+-Iabel, dan heeft u de investering er na ruim zes jaar uit. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 11 Liever een kist dan een kast
Losse vriezers zijn te koop als kist en als kast. De diepvrieskisten zijn goedkoper dan de -kasten. Ook verbruiken ze minder stroom en zijn ze verkrijgbaar met een grotere inhoud. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 12 Groot scherm kost meer energie
Over het algemeen geldt: hoe groter het scherm van een tv, des te hoger het energiegebruik. Kijk daarom of een groot scherm wel in uw kamer past. Bij een tv-scherm met een diagonaal van 66 cm moet u rekening houden met een afstand tot het scherm van ongeveer 2 meter, bij een beeldscherm van 80 cm met ongeveer 2,5 meter, bij 94 cm met 3 meter en bij 107 cm met 3,5 m. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 13 Neem een notebook met Core 2 Duo
De Core 2 Duo, de speciale processor van Intel voor laptops, heeft meer rekenkracht, geeft minder warmte af en vraagt minder energie. Een laptop is met de Core 2 Duo niet alleen platter, maar werkt ook langer op een opgeladen accu. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 14 Gebruik navulinkt
Uit onze laatste test van navulinkt (Digitaalgids mei 2007) blijkt dat het gebruik van klooncartridges of navulinkt loont. Wij berekenden de besparing per afdruk op Aa-formaat en kwamen uit op gemiddeld bijna 30% voor klooncartridges. Maar pas op: die besparing verschilt sterk per merk. Met de ene inkt kunt u 70% besparen, met de andere kunt u juist duurder uit zijn. De besparing bij de navulwinkels ligt rond de 50%, maar dat is voor het grootste deel gebaseerd op HPnavullingen. Ook uit milieuoogpunt is navulinkt beter, want het bespaart cartridges met elektronica (en dus zware metalen). (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 15 Neem een pc met keurmerk
Een computer met een relatief laag verbruik is te herkennen aan de labels Energy Star, GEEA-label en Ecolabel. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 16 Bewaar het beeldscherm
Een scherm gaat over het algemeen veel langer mee dan een computer. Vervang dus alleen de pc; dat bespaart op de aanschafkosten en in de productie van beeldschermen. Bij een CRT-beeldscherm (met beeldbuis) loont het wel om dit te vervangen door een veel zuiniger TFT-scherm. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 17 Ruil de gloeilamp voor een spaarlamp
Voor dezelfde lichtintensiteit verbruikt een spaarlamp maximaal 80% minder energie dan een gloeilamp. Bovendien gaan spaarlampen tot tien keer langer mee. Ze zijn wel duurder, maar voor een lamp die veel brandt (vanaf drie uur per dag) is dat binnen een jaar terugverdiend. Spaarlampen kunnen heel vaak aan en uit worden geschakeld. Is de langzame(re) start geen probleem, dan zijn ze dus ook zuinig te gebruiken als ze niet echt lang branden (badkamer, overloop, schuur). (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 18 Gebruik een bewegingsmelder
Een bewegingsmelder op de buitenverlichting zorgt ervoor dat de lamp niet continu aan hoeft te blijven en scheelt dus energie. Moet de lamp wel permanent aanblijven, dan zijn er spaarlampen met ingebouwde lichtsensor die automatisch in het donker (blijven) branden. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 19 Bereken omslagpunt voor de dubbele meter
Als u een dubbele elektriciteitsmeter heeft, kunt u gebruikmaken van het voordeligere tarief voor nacht- en weekendstroom. Door gebruik van nachtstroom kunnen de centrales bovendien iets efficiënter werken. U bent wel meer aan vastrecht kwijt. Waar u aan moet denken, is dat er tegenover het daltarief een piektarief voor overdag staat, dat hoger ligt dan het 'normale tarief' dat geldt voor mensen met een enkele meter. De dubbele elektriciteitsmeter is in het algemeen pas voordelig als iemand minstens 50% van zijn stroom in de daluren gebruikt. En lang niet iedereen haalt dat, simpelweg omdat bepaald elektriciteitsgebruik niet te sturen valt. Zo laat u de koelkast gewoon dag en nacht aanstaan. Wie maar 30% van zijn stroomgebruik in de daluren concentreert, is door het hogere piektarief voor overdag dus duurder uit dan met een enkele meter. Let ook goed op de tijden van het daltarief, want die verschillen per netgebied. Wilt u heel precies berekenen of een dubbele meter voor u gunstig is, dan moet u op zoek naar het omslagpunt, het moment waarop de meerkosten van de nieuwe meter lager zijn dan de gemiddelde besparing per kWh. Om uw omslagpunt te berekenen, moet u precies weten hoeveel stroom u tijdens de hoog- en laagtariefuren verbruikt. Vervolgens berekent u de meerkosten van een dubbele meter. Dat doet u door het vastrecht in centen voor de enkele meter af te trekken van dat voor de dubbele meter. Dit levert een getal op dat we A noemen.
Vervolgens trekt u het lage tarief per kWh bij de dubbele meter af van het tarief bij de enkele meter. De uitkomst vermenigvuldigt u met het deel van het verbruik in de laagtariefuren. Dit getal noemen weB.
Daarna trekt u het tarief per kWh bij de enkele meter af van het hoge tarief van de dubbele meter. Dit vermenigvuldigt u met het deel van het verbruik in de hoogtariefuren. Dit getal noemen we C.
Nu trekt u C van B af. Ten slotte deelt u A door de uitkomst van B min C. Dus A: (B - C). De uitkomst is uw omslagpunt. Als deze uitkomst lager is dan de hoeveelheid stroom die u jaarlijks afneemt, is een dubbele meter de moeite waard. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 20 CV-ketel kapot? Neem een vr-exemplaar
Uitgaande van een gemiddeld verbruik voor verwarming van 1204 m3 gas en 1590 m ' gas voor warm tapwater per jaar, verbruikt een vr-ketel 60 m! minder gas (€35,60) dan een oude, conventionele ketel als hij alleen verwarmt, en 179 m" minder gas (€106) als het om een combiketel gaat. Is het rookkanaal te lang, dan bent u helaas op een conventionele ketel aangewezen. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 21 Of liever nog: een hr-ketel
Een hr-ketel is nog zuiniger dan een vr-ketel, U bespaart hiermee per jaar €107 aan gas. Bij een combiketel - die ook voor warm water zorgt - loopt de gasbesparing nog meer op. Wel is een hr- ketel duurder (gemiddeld €241 0 tegenover € 1740). De totale winst na vijftien jaar met een hr-ketel is €940 en met een hr-combiketel €1163. Wel is er dan een waterafvoer voor het condensvocht uit de rookgassen nodig. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 22 Werkkamer thuis? Pas de verwarming aan!
Waterzijdig inregelen van de cv-installatie is het instellen van de warmwaterstromen in het systeem. Daarmee wordt ervoor gezorgd dat de ruimtes in huis die veel warmte vragen (zoals een werkkamer) die ook krijgen en ruimtes die die warmte niet nodig hebben, niet. In combinatie met het aanleggen van radiatorkranen levert dit een besparing op van tussen 0 en 30% op het gasverbruik voor verwarming. Onderzoeken naar waterzijdig inregelen spreken elkaar echter wel tegen wat betreft die besparingsmogelijkheden. Voor aanleg van radiatorkranen wordt een besparing van 3 % per kraan gerekend. De besparing die gehaald wordt, is erg afhankelijk van het gedrag Vóór en na montage en geldt vooral wanneer de regeling ervoor zorgt dat ruimtes die al werden verwarmd niet meer onnodig té Warm verwarmd worden. In huizen waar bijvoorbeeld slaapkamers beperkt verwarmd worden, is de besparing minimaal. In bepaalde gevallen kan inregelen en aanleg van thermostatische radiatorkranen zeker een besparing opleveren, bijvoorbeeld bij een werk- of praktijkruimte aan huis. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 23 Optimaliseer de ventilatie
De meeste woningen die na 1976 zijn gebouwd, hebben mechanische ventilatie. U kunt op het elektriciteitsverbruik hiervan besparen door bij vervanging van de ventilator een ventilator met gelijkstroommotor toe te passen in plaats van een met een wisselstroommotor. Hiermee is een besparing tot ongeveer 50% mogelijk. De levensduur van een ventilatormotor is tien jaar en laten vervangen kost ongeveer €210. De meerprijs van een gelijkstroomventilator is slechts €10. Die meerkosten zijn in een paar maanden terugverdiend. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 24 Laat de cv's nachts rusten
Het is een misverstand dat de nachttemperatuur niet te laag mag worden, omdat het dan 's morgens extra veel energie zou kosten om het huis weer op te warmen. Wel werkt een cv-ketel op vol vermogen (om het huis 's ochtends snel warm te krijgen) minder efficiënt dan bij laag vermogen, maar toch is de temperatuur lager zetten in de meeste gevallen de moeite waard.
Alleen in huizen die gebouwd zijn na 1994, kan het beter zijn om het huis 's nachts op dezelfde temperatuur te houden dan om het huis 's ochtends weer warm te stoken. Echt veel zal dat namelijk niet schelen, omdat deze huizen zeer goed geïsoleerd zijn. Bovendien hebben ze vaak vloer- of wandverwarming en bij deze soort verwarming moet de temperatuur constant gehouden worden. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 25 De kampioen: isoleren
In de strijd tegen de stookkosten is isoleren de onbetwiste kampioen. Het kan, afhankelijk van de woning, honderden euro's per jaar besparen. De terugverdientijd hangt natuurlijk af van de investering die u ervoor moet doen, maar wordt flink korter als u handig genoeg bent om de klus zelf uit te voeren. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 26 Zorg voor een warm hoedje op de zolder
U bespaart vooral op energiekosten door het dak van binnenuit te isoleren. Uitgaande van een schuin dak met een oppervlak van circa 70 m" en een isolatiewaarde van de extra isolatielaag van 1,3 m2*K/W scheelt dat bij een onverwarmde zolder 308 m" gas per jaar (€183) en bij een verwarmde zolder 714 m! gas per jaar (€423). Als u dat zelf doet, heeft u de investering van circa €350 in ongeveer twee jaar terugverdiend. Laat u het doen, dan bent u circa €770 kwijt; voor een onverwarmde zolder is dat in vier jaar terugverdiend, voor een verwarmde in negen jaar. Isoleren van daken van buitenaf moet u door een professioneel bedrijf laten doen. Dat geldt ook voor een plat dak, aangezien dat alleen van buitenaf kan worden geïsoleerd. Aan de binnenkant isoleren geeft te veel kans op vochtproblemen (door condens). (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 27 Isoleer de gevel
Er zijn diverse manieren om de gevel te isoleren: door isolatie aan te brengen aan de binnenzijde, in de spouw of aan de buitenkant. In de berekeningen is uitgegaan van een muur van 25 rrr'. De energiebesparing is bij de drie technieken ongeveer gelijk en ligt tussen de 250 en 275 m ' gas per jaar. Dat staat gelijk met per jaar ongeveer een besparing van €150 en zo'n 450 kg COr Laten isoleren komt voor de binnen- en buiten isolatie op respectievelijk €2000 en €2800. De spouw laten isoleren is aanzienlijk goedkoper: €450. De terugverdientijd is voor de binnenisolatie dertien jaar, voor de spouwmuur drie jaar en voor buitenisolatie tien jaar. De binnenisolatie kun je redelijk makkelijk zelf doen. Dat vergt een investering van €450. De terugverdientijd is dan drie jaar. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 28 Vergeet de vloer niet
Vloerisolatie bespaart energie. Als u bijvoorbeeld een dragende houten vloer aan de onderkant (in de kruipruimte) isoleert, scheelt dat 190 m! gas per jaar (€1l3), uitgaande van een vloeroppervlak van 50 m". Als u dat zelf doet, heeft u de investering van circa €500 in ruim vier jaar tijd terugverdiend. Bovendien houd je bij een geïsoleerde vloer warmere voeten. Zorg wel dat de ventilatieroosters open blijven om vochtproblemen onder de vloer te voorkomen. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
Gratis offerte aanvragen

TIP 29 Dek de bodem van de kruipruimte af
U kunt het isolatiemateriaal ook op de bodem van de kruipruimte laten leggen. Dat scheelt bij hetzelfde vloeroppervlak als in de vorige tip 140 m? gas per jaar (€83). (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 30 Plaats dubbel glas
Uw ramen kunt u isoleren door dubbel glas te plaatsen. Per vierkante meter glas scheelt het zo'n 22,5 m! gas per jaar (€13). Echt goed isolerend HR++-glas doet het nog veel beter: 32,5 m ' gas per vierkante meter per jaar (€ 19). Bij een totaal oppervlak van 10 m 2 scheelt dit respectievelijk circa €130 en ongeveer €190 per jaar. Voorzetramen bij enkel glas doen het ongeveer net zo goed als 'echt' dubbel glas, soms zelfs iets beter, vanwege de grotere spouw. Een te grote spouw is weer minder goed; 15 mm is optimaal. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 31 Kook op gas
Koken op gas is goedkoper dan koken op elektriciteit. Op jaarbasis kost koken op gas gemiddeld €37 per huishouden (63 m') en op een elektrische kookplaat ruim €115 (528 kWh). Koken op gas in plaats van elektriciteit kan dus jaarlijks geld besparen. Als u een gasplaat en een gasoven gebruikt in plaats van een elektrische kookplaat en een oven, bespaart u jaarlijks ongeveer €70 op uw energierekening, meldt de site van Milieu Centraal. Bij deze berekening is uitgegaan van een gemiddelde gebruikstijd van 385 uur per jaar, inclusief sluipverbruik. Maar in onze test van gaskookplaten (Consumentengids juli/augustus 2006) bleek dat er wel veel verschil tussen de gaskookplaten is wat de efficiëntie betreft. Let ook op de richting van de vlam: met een horizontale vlam en veel ruimte tussen pan en vlam gaat er meer warmte verloren dan wanneer de vlammen verticaler lopen en er minder ruimte tussen zit. Koken op gas biedt bovendien het grote voordeel dat de temperatuur goed afgesteld kan worden, zodat er weinig energie verloren gaat. Keramische en halogeen kookplaten verbruiken gemiddeld €117 per jaar. Het (eveneens elektrische) inductiekoken kost tussen de €88 en €110 per jaar. Als elektrisch koken de enige optie is, heeft inductie de voorkeur omdat dit het beste te regelen valt. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)
TIP 32 Energie besparen met de magnetron
Gebruik uw magnetron liever niet om diepgevroren voedingsmiddelen te ontdooien. De producten geruime tijd vóór bereiding uit de vriezer halen en in de koelkast laten ontdooien, kost geen extra energie. Bovendien hoeft de koelkast dan minder hard te werken dankzij de koude, ingevroren producten. Ook dat scheelt dus energie. Koken in de magnetron levert alleen bij kleine porties tijdwinst op. Grotere hoeveelheden, zoals een maaltijd voor drie à vier personen, kunt u sneller bereiden op het fornuis. Omgekeerd is het zo dat het verwarmen van een kleine portie op het (gas)fornuis twee tot drie keer zoveel energie kost als in de magnetron. Bij grotere porties (drie à vier personen) verdwijnt het energievoordeel van de magnetron snel en slaat het om in een nadeel. (Bron: 250 gouden energiebespaar tips, Georgie Dom, Consumentenbond 2008)





